Als Van Gogh in Drenthe

Turfschuit

Vincent van Gogh, De turfschuit, 1883. Olieverf op doek op paneel, 37 x 55,5 cm. Collectie Drents Museum Assen (F 21 / JH 415)

‘Waarde Theo,
Zooeven ben ik hier aangekomen. […] Ik heb met de menschen zitten praten en zal een dezer eerste dagen met de schuit de geheele Hoogeveensche vaart afvaren door de veenderijen, dwars door den Zuid Oostelijken hoek van Drenthe heen. Dan, Noordwaarts van hier schijnt het prachtige heide te wezen tot Assen toe. Ik ben wel nieuwsgierig, dat kunt ge denken.’[1]

Ik voel me deze dagen een klein beetje zoals Van Gogh zich gevoeld moet hebben, precies 130 jaar geleden, toen hij na een lange reis in Drenthe aankwam. Waar Vincent een treinreis van zo’n 7 uur lang maakte en in Hoogeveen aankwam, neem ik de afslag van de snelweg nog een stukje verderop. Mijn reis duurt weliswaar geen 7 uur, maar die 240 kilometers zijn er toch een hoop. Drenthe is voor mij een nieuwe bestemming, evenals voor Vincent. Ook ik verblijf in een soort van ‘boerenlogement vlakbij ’t station’.

Waar Vincent een vreemde eend in de bijt was, is Drenthe vandaag de dag wel wat meer gewend. Dode Zeerollen trekken bezoekers uit het hele land, zo niet de hele wereld. De Israëliërs die bij de opbouw van de tentoonstelling in het Drents Museum aanwezig waren, bezochten de TT in Assen. Motoren waren er in de tijd van Van Gogh nog niet. En wat zou de zoon van een dominee gedacht hebben van de vondst van deze Dode Zeerollen die de bijbelse wereld op zijn kop zetten?

‘Het weer is prachtig, de lucht is helder en tintelend als in Brabant.’ schrijft hij Theo. Kijk, dat komt goed uit, dan hoef ik die in ieder geval niet te missen. In de haven zag Van Gogh ‘heel echte turfschuiten’ die hem inspireerden tot het schilderen van De turfschuit, een werk dat vandaag de dag geheel op zijn plaats is in de collectie van het Drents Museum, mijn tijdelijke basis. Dat schilderij reist net als Vincent rond, en is momenteel te zien in Amsterdam, in het Van Gogh Museum.

Ik moet ook nog een beetje wennen aan de omgeving en de avonden alleen op een hotelkamer, maar in tegenstelling tot bij Van Gogh (‘Ik trek het mij sterk aan dat ik zoo weinig voorspoed heb met de menschen in ’t algemeen’[2]) , zal het bij mij aan de lieve Drentenaren niet liggen. Soms moet ik hun dialect even op me in laten werken om hun woorden te begrijpen, maar het gemoedelijke en de goede bedoelingen zijn hetzelfde als in Brabant. De inspirerende omgeving die Van Gogh ervaart (‘[…]ik vind het hier hoe langer hoe mooier’[3]), vind ik zelf met veel plezier terug in de prachtige collectie van zijn tijdgenoten en navolgers die ik tijdelijk mag vertegenwoordigen. Er schijnt ook hier een Van Gogh Huis te zijn, in Nieuw-Amsterdam. Daar moet ik zeker nog heen.

Van Gogh verbleef drie maanden in Drenthe, ik iets meer dan vier. Daarna keren we beiden weer terug naar onze Brabantse geboortegrond.Ÿ•

Noten: 
[1] Brief van Vincent van Gogh aan Theo van Gogh, Hoogeveen, dinsdag 11 en woensdag 12 september 1883. (briefnr. 385)
[2] Brief van Vincent van Gogh aan Theo van Gogh, Hoogeveen, op of rond woensdag 26 september 1883. (briefnr. 390)
[3] Brief van Vincent van Gogh aan Theo van Gogh, Hoogeveen, maandag 24 september 1883. (briefnr. 389)

Lees alle brieven van Van Gogh uit Drenthe hier

Advertenties